Manoeuvreren met binnenboordmotor

De manoeuvreer-eigenschappen van een schip worden bepaald door een aantal factoren, zoals hieronder beschreven.

Gewicht

Natuurlijk is het gewicht van het schip en evt. de lading van grote invloed. Zo zal een zwaar schip (b.v. volgeladen binnenvaartschip) een veel langere remweg hebben en dieper steken dan een lichter schip. Een lichter schip zal meer verlijeren door b.v. zijwind, omdat het relatief hoger boven water uitsteekt en minder diep steekt en dus meer wind vangt.

Onderwaterschip

Ten tweede is de vorm van het onderwaterschip is natuurlijk ook erg belangrijk. Zeilboten hebben een kiel die een draaipunt zal vormen en verlijeren tegengaat. Soms loopt die kiel van de boeg tot aan het achterschip, zoals bij een langkieler. Die is erg koersvast, iets wat je wilt als je bijvoorbeeld de oceaan over wilt steken. En soms is de kiel juist smal en diep, zoals bij een bulbkiel en vinkiel. Dat is goed wendbaar, iets dat je wilt als je wedstrijden gaat varen.

Spantvorm

De spantvorm, dat is de vorm van de dwarsdoorsnede van het schip is natuurlijk ook van belang voor de vaareigenschappen. Een s-spant is door de mooie rondingen moeilijker te bouwen, maar klieft wel veel beter door de golven. Een (multi-)knikspant kan makkelijker uit min of meer rechte platen gebouwd worden, wat goedkoper is, maar die hoekige vorm gedraagt zich minder prettig in golven.

Motor en schroef

De invloed van motorvermogen spreekt voor zich. Van groot belang is ook of het schip een vaste- (inbouwmotor) of draaibare- (b.v. buitenboordmotor) of dubbele schroef heeft en eventueel een boeg- of hekschroef. Lees ook eens het blogartikel over de cursus motor manoeuvreren met dubbele schroef (ook al is dat geen stof voor vaarbewijs 1). Bij een enkele vaste schroef kan er sprake zijn van een schroefas of een saildrive. Bij een saildrive bevindt de schroef zich recht onder de motor. Daardoor komt het schroefwater niet direct op het roerblad, zoals bij een schroefas wel het geval is.

Het roer

Als de helmstok aan bakboord staat en het roerblad aan stuurboord, dat heet dat stuurboordroer geven. Let erop dat de boot altijd om een draaipunt draait dat ongeveer midscheeps ligt. Als u dus vooruit vaart en met bakboordroer het voorschip naar bakboord stuurt, dan gaat automatisch het achterschip naar stuurboord.

Wieleffect

Het wieleffect (ook wel schroefeffect genoemd) is het effect dat de schroef niet alleen vooruit en achteruit stuwt, maar ook naar opzij trekt. Dat komt omdat het onderste schroefblad door water draait waar de druk groter is. Hoe dieper je duikt hoe hoger de druk. Hoe hoger de druk hoe groter de weerstand. Je kunt je dus wel voorstellen dat de schroef als een wiel dat over de grond rijdt het achterschip opzij trekt.

Om erachter te komen welke kant de schroef optrekt, moeten we eerst nagaan of het een links- of een rechtsdraaiende schroef is. Kijken we tegen de achterkant van het schip aan en draait de schroef in zijn vooruit linksom, dan spreken we van een linksdraaiende schroef. In z’n achteruit, zal die linksdraaiende schroef rechtsom gaan draaien, maar het blijft een linksdraaiende schroef. Een linksdraaiende schroef die in zijn vooruit staat zal dus als een wiel dat over de grond rijdt het achterschip naar links trekken, waardoor het voorschip makkelijker rechtsom stuurt. Bij het achteruit varen zal die linksdraaiende schroef rechtsom draaien en het achterschip juist naar rechts trekken. De spoed, dat is de verdraaiing die in de schroefbladen zit, is altijd gemaakt op vooruit varen. In zijn achteruit is die spoed eigenlijk tegendraads. Daarom is het schroefeffect in de achteruit veel sterker te merken dan in vooruit.

Bij een schip met een linksdraaiende schroef trekt vooruit het voorschip naar stuurboord en achteruit trekt het achterschip naar stuurboord.

Keren bij veel ruimte

Als we willen keren en er is voldoende ruimte om in 1 keer rond te gaan (dus zonder te steken), dan gaan we bij voorkeur rechtsom met een schip met linksdraaiende schroef.

Achteruitvaren

Schepen met veel schroefeffect kunnen vaak lastig achteruit varen, omdat soms het schroefeffect zelfs sterker is dan het roereffect. Zeker als het schip nog stilligt, is er geen roereffect. Het roer gaat pas wat doen als we vaart door het water hebben. Daar kunt u dus maar beter rekening mee houden. Soms moet u bij het achteruit varen af en toe even een klapje vooruit geven met het roerblad aan de juiste kant, om het achterschip weer in de juiste richting te krijgen.

Keren op kort bestek

In de situatie dat we willen keren op kort bestek, dus als niet in 1 keer rond gegaan kan worden, maar u moet een paar keer steken, dan gaan we als volgt te werk.

Eerst gaan we vooruit over de boeg die wellicht wat lastiger draait, zodat u daarna profiteert van het schroefeffect in z’n achteruit, dat veel sterker is.

Met een linksdraaiende schroef gaat u dus eerst linksom en dan zet u de motor in z’n achteruit zodat u profiteert van het schroefeffect die het achterschip sterk naar rechts zal trekken.

Keren in smal vaarwater met dwarswind

Als er wat wind staat en u vaart in een smal vaarwater, dan is het altijd van het grootste belang om met de boeg door de wind te sturen als u wilt keren. U zal namelijk in de draai de boot moeten afremmen, zodat uw draaicirkel kleiner wordt (omdat er weinig ruimte is) en als u dat doet krijgt de wind direct vat op het voorschip. Op dat moment moet u er dus voor zorgen dat de wind de boeg de juiste kant op blaast en dus niet terugblaast. De wind helpt op die manier om de boot in de straat 180 graden te draaien. De boeg is veel meer vatbaar voor zijwind, omdat het roerblad achterin ook een drift beperkende werking heeft. Bovendien vormt de zware motor achterin ook een draaipunt. De boeg ligt veel hoger op het water dus is veel meer vatbaar voor zijwind.

Definities bij het aanleggen

  • Hogerwal: Waar de wind, vanaf waait
  • Lagerwal: waar de wind tegenaan waait
  • Langswal: waar de wind langs waait
  • Hoge kant / Loefzijde: De zijde waar de wind tegenaan waait
  • Lage kant / lijzijde: De zijde waar de wind vanaf waait
  1. Voortros: Lijn van het voorschip naar een bolder op de kade voor het schip
  2. Voorspring: Lijn van het voorschip naar een bolder op de kade naast het schip.
  3. Achterspring: Lijn van het achterschip naar een bolder op de kade naast het schip.
  4. Achtertros: Lijn van het achterschip naar een bolder op de kade achter het schip.

Middenbolder: Een kikker of bolder halverwege het schip.

Aanleggen aan hogerwal

Bij het aanleggen aan hogerwal varen we onder een hoek van ongeveer 45 graden op de kade af. Om het schip te beschermen hangen we de fenders klaar op de juiste hoogte. We leggen dan eerst een voorspring vast. De stuurman geeft voorzichtig gas vooruit en vaart het schip in de voorspring die dus op spanning staat en stuurt het achterschip richting de kade. Natuurlijk moet de maat goed in de gaten houden of de boeg goed beschermd is door de fenders. Deze methode werkt vooral goed op grote schepen.

Aankomen hogerwal

Afvaren van hogerwal

Het afvaren van hogerwal is eigenlijk erg makkelijk, want de wind blaast de boot het water op als u losgooit. Wel is het logisch om de achtertros als laatste los te gooien, zodat de punt in de juiste richting waait.

Aanleggen aan lagerwal

Aanleggen aan lagerwal doen we door het schip naar de lagerwal toe te laten verlijeren/driften. Met de motor zorgen we ervoor dat er geen voor- of achterwaartse snelheid meer in het schip zit op het moment dat we contact maken. Natuurlijk moet het schip vooraf beschermd worden door fenders op de juiste hoogte op te hangen.

aankomen lagerwal

Afvaren van lagerwal

We kunnen op 2 manieren van de lagerwal wegvaren. Als we vooruit willen wegvaren, dan draaien we eerst het schip met de boeg in de wind door het schip achteruit in de achterspring te varen. Als het voorschip voldoende van de kade weg gedraaid is, dan varen we vooruit weg en halen tijdens het wegvaren de achterspring binnen.

Achteruit tegen de wind in wegvaren, is een prima optie. Dan varen we eerst het schip vooruit in de voorspring. Als het achterschip voldoende is weggedraaid, varen we achteruit tegen de wind in weg en halen we tijdens het wegvaren de voorspring binnen.

vooruit afvaren lagerwal

Aanleggen aan langswal

Aanleggen aan langswal kan op twee manieren. Met de boeg in de wind of met de achterkant in de wind. Als we met de boeg in de wind de boot langs de kade stilleggen, dan is de voortros natuurlijk het meest belangrijk, omdat die lijn op spanning zal komen door de wind. Als we met de achterkant in de wind aanleggen, dan is de achtertros het meest belangrijk.

aankomen langswal in de wind
Aankomen langswal voordewind

Afvaren van een langswal

Liggen we met de boeg in de wind, dan kunnen we de achterspring als laatste binnenhalen. We draaien dan namelijk mooi weg omdat de wind tussen de wal en het schip zal blazen en de boeg weg laat draaien. Liggen we met de achterkant in de wind, dan halen we als laatste de voorspring binnen tijdens het wegvaren. De wind zal ook dan tussen de wal en het schip blazen en het achterschip laten wegdraaien.

afvaren langswal in de wind
afvaren langswal voor de wind

Aankomen op stromend water

Als we op stromend water willen aanleggen is dat eigenlijk makkelijk omdat we eerst de stroom “doodvaren”. Dat betekent dat we net zo hard tegen de stroom invaren totdat we ten opzicht van de grond stilliggen een scheepslengte vanaf de kade. Heb je bijvoorbeeld 3 knopen stoom tegen, dan vaar je ook 3 knopen ertegenin. Dan laat je de stroom de boot richting de kade verzetten door de boot ietsje te draaien. Je blijft al die tijd vooruit varen totdat minimaal 2 trossen vastliggen aan de kade. Vooruit aanleggen tegen de stroom heeft altijd de voorkeur.

vooruit aanleggen met stroom
achteruit aanleggen met stroom

Wegvaren van stromend water

We halen eerst de lijnen weg die sowieso geen functie hebben. Met stroom tegen halen we dus eerst de voorspring en de achtertros weg, die staan toch niet op spanning. Daarna varen we langzaam de stroom dood en varen we de spanning van de voortros en achterspring, die we vervolgens binnenhalen tijdens het wegvaren.

vooruit afvaren met stroom
achteruit afvaren met stroom

Vragen en antwoorden

Vraag 1: Als de helmstok aan stuurboord staat heet dat:

a: stuurboord roer
b: bakboord roer
c: roer midscheeps

Vraag 2: Met het roerblad aan bakboord gaat het achterschip vooruitvarend naar…

a: onbekend
b: bakboord
c: stuurboord

Vraag 3: Een schip met een linksdraaiende schroef draait vooruit varend makkelijker…

a: rechtsom
b: linksom
c: over bakboord

Vraag 4: Als we willen keren in nauw vaarwater met een linksdraaiende schroef en we kunnen niet in 1 keer rond dan draaien we eerst…

a: rechtsom
b: linksom
c: is om het even

Vraag 5: Als we moeten keren in nauw vaarwater en er staat een krachtige dwarswind, dan draaien we…

a: met de punt door de wind
b: linksom
c: rechtsom

Vraag 6: Aanleggen aan lagerwal doen we door het schip …

a: achteruit richting de kade te varen
b: met de boeg eerst aan te leggen
c: dwars op de wind naar de wal te laten verlijeren

Vraag 7: Afvaren van lagerwal doen we door de boot eerst vooruit in de voorspring te varen en dan…

a: vooruit weg te varen
b: achteruit tegen de wind in weg te varen
c: de voorspring los te gooien en dan weg te varen

Vraag 8: Als we aan een langswal liggen met de boeg in de wind, gooien we als laatste los…

a: de achterspring
b: de voorspring
c: de achtertros

Vraag 9: Als we willen aanleggen op stromend water dan …

a: varen we dwars op de stroom richting de kade
b: varen we onder een hoek van 45 graden naar de kade
c: varen we eerst de stroom dood

Vraag 10: Als we willen wegvaren met stroom tegen dan gooien we als laatste los…

a: de voortros en achterspring
b: de voortros en achtertros
c: de voorspring en achterspring

ANtwoorden

1b, 2c, 3a, 4b, 5a, 6c, 7b, 8a, 9c, 10a.