Weerkunde

Wind

Het weer en met name de wind is van grote invloed op de veiligheid van de watersport. Wind is lucht die stroomt van een hogeluchtdrukgebied naar een lageluchtdrukgebied.

lagedrukgebied

De wind heeft een afwijking naar rechts op het Noordelijk halfrond. Dit komt door de draaiing van de aarde en wordt genoemd: corioliskracht.

Door de corioliskracht stroomt de wind niet in een rechte lijn van het hoog naar het laag maar cirkelt met de klok mee uit het hogedrukgebied en vervolgens tegen de klok in het centrum van het lagedrukgebied in.

Hierbij maakt de wind een hoek van ongeveer 15 graden met de isobaren (afhankelijk van de ruwheid van de aardoppervlakte).

wind rond H en L

Corioliskracht

De afwijking naar rechts (corioliskracht) ontstaat omdat de aarde in 24 uur rond de as draait. Als we van bovenaf naar de aarde kijken (we kijken dan naar de noordpool) draait de aarde linksom. Maar als we de aarde van opzij bekijken dan draait de aarde naar rechts. De snelheid naar rechts van bijvoorbeeld de parallel van 45°N is veel hoger dan die van 50°N. Beiden gaan namelijk in 24 uur rond, maar de lengte van de parallel van 50°N is kleiner dan die van 45°N. Een luchtdeeltje dat vanaf bijvoorbeeld een hogedrukgebied op 45°N naar een lagedrukgebied op 50°N stroomt, behoudt zijn hogere snelheid naar rechts, wat dus de afwijking naar rechts veroorzaakt.

Heersende winden

In de onderstaande afbeelding zijn de heersende winden op aarde te zien.

heersende winden

Als we nu dus een weerkaart bekijken dan kunnen we zelf bedenken wat de windrichting op verschillende plekken is. Bijvoorbeeld op de plek van het groene kruis is de windrichting zoals de rode pijl, namelijk van hoog naar laag met een afwijking naar rechts. Let erop dat de onderstaande weerkaart geen mercatorkaart is. Het noorden is dus evenwijdig aan de meridianen en niet recht naar boven, zoals de groene pijl ook aangeeft. De windrichting, is ongeveer zuidwest, aangegeven met de rode pijl. Als de isobaren dicht bij elkaar liggen waait het hard, liggen de isobaren ver uit elkaar dan waait het zacht.

windrichting

Oefening weerkaarten lezen:

Download de actuele weerkaart en maak een schatting van de windrichting en kracht in Nederland.
Controleer uw inschatting aan de hand van de uitgeschreven weersverwachting.

De wet van Buys Ballot

Deze wet houdt in dat als je met je neus in de wind staat, het laag rechtsachter ligt en links voor je het hoog. Stelt u zich bijvoorbeeld voor dat u tussen het hoog en het laag in de tekening hieronder met uw neus in de wind staat:

wet van buys ballot

De schaal van Beaufort

De schaal van Beaufort loopt van windkracht 1 t/m 12. in NL worden waarschuwingen gegeven vanaf windkracht 6.

KrachtBenaming op land (KNMI)km/hknotsm/secKenmerken op zee
0Stil0-10-10-0,2spiegelgladde zee; vrijwel vlak
1Zwak1-52-30,3-1,5zee is   geschubd en kabbelt
2Zwak6-114-61,6-3,3korte, niet   brekende golfjes; licht golvend
3Matig12-197-103,4-5,4golftoppen   breken; glasachtig schuim en licht golvend
4Matig20-2811-165,5-7,9vrij veel   schuimkoppen; matig golvend
5Vrij   krachtig29-3817-218,0-10,7overal   schuimkoppen; vrij lange golven
6Krachtig39-4922-2710,8-13,8vrij veel   opwaaiend schuim; aanschietende zee
7Hard50-6128-3313,9-17,1witte   schuimstrepen in de windrichting; wilde zee
8Stormachtig  62-7434-4017,2-20,7matig hoge   golven met lange kammen; toppen waaien af, schuimstrepen en hoge zee
9Storm75-8841-4720,8-24,4hoge golven, rollers, zware schuimstrepen; hoge zee
10Zware   storm 89-10248-5524,5-28,4zéér hoge   golven met overstortende kammen, zware rollers; grote oppervlakten schuim;   zéér hoge zee
11Zeer zware   storm103-11756-6328,5-32,6golven zeer hoog, middelgrote schepen verliezen elkaar tijdelijk uit het oog; zee bedekt   met schuim; lucht gevuld met verwaaid schuim en water; buitengewoon hoge en   woeste zee
12Orkaan>117>63>32,6zicht zéér   beperkt; zee volkomen wit en buitengewoon hoog en wild

We kunnen met de volgen de vuistregeltjes heen en weer rekenen:

Van knopen naar beaufort:
(knopen/5)+1 bft
+1 bft tot 40 knopen, daarna waait het al hard genoeg.

Van m/s naar knopen:
m/s x 2 = knopen

Ruimen – krimpen

De wind kan ruimen dat wil zeggen dat de wind draait met de wijzers van de klok mee, dus bijvoorbeeld van noord naar oost. De wind krimpt als hij draait tegen de klok in, dus b.v. van west naar zuid.

ruimen en krimpen

Weerkaarten

Op weerkaarten zien we lijnen die punten met gelijke luchtdruk (millibar) verbinden. Deze lijnen noemen we isobaren. Als de lijnen dicht op elkaar liggen is het verschil in druk relatief groot. De wind zal hierdoor hard zijn. Als lijnen verder van elkaar af liggen is het drukverschil (de gradiënt) laag en zal het niet hard waaien.

Luchtsoorten

Lucht kun je indelen naar cel waar de lucht vandaan komt: Arctische cel, polaire cel of tropische cel. Als de lucht van land komt heet de lucht continentaal. Continentale lucht is droog en zeer heet of zeer koud. Komt de lucht van zee dan heet het maritieme lucht. Maritieme lucht is vochtig en gematigd qua temperatuur. Combinaties zijn: Maritiem Polaire lucht, Continentaal Polaire lucht, Maritiem Tropische lucht, Continentaal Tropische Lucht.

Onweer 

Onweer ontstaat doordat twee luchtlagen met verschillende statische lading over elkaar schuiven. Een onweerwolk komt vaak tegen de wind die je op zeeniveau voelt in. Verlaat het water bij onweer als dat kan. Blijf in de kajuit, weg van de mast. Voor het onweer begint kun je de mast aarden door b.v. startkabels via de stagen in het water te laten hangen. Ga niet zwemmen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1: Hoe waait de wind rond een lagedrukgebied?

a: linksom
b: rechtsom
c: parallel aan de isobaren

Vraag 2: Wat is een eigenschap van een hogedrukgebied?

a: regen en mist
b: de lucht stijgt
c: de lucht daalt

Vraag 3: Waar waait het hard op de weerkaart?

a: in het koufront
b: waar de isobaren dicht bij elkaar liggen
c: in het warmtefront

Vraag 4: Met je neus in de wind ligt het hoge druk gebied:

a: links voor
b: rechts achter
c: rechts voor

Vraag 5: Ruimende wind is bijvoorbeeld de kleine winddraaiing van:

a: oost naar noord
b: zuid naar oost
c: zuid naar west

Vraag 6: Stormachtige wind komt overeen met windkracht:

a: 7
b: 8
c: 9

Vraag 7: Op het noordelijk halfrond waait de wind van het hoog naar het laag met een afwijking naar…

a: rechts
b: het oosten
c: links

Vraag 8: Wat is in Nederland de meest voorkomende windrichting?

a: noord
b: zuidoost
c: zuidwest

Vraag 9: Oostenwind is…

a: maritiem continentaal
b: polair continentaal
c: polair tropisch

Vraag 10: Bij een lagedrukgebied waait de wind….

a: van het centrum naar buiten
b: van buiten richting het centrum
c: parallel aan de isobaren

Antwoorden

1a, 2c, 3b, 4a, 5c, 6b, 7a, 8c, 9b, 10b