Van kompas- naar grondkoers

We gaan nu leren heen en weer te rekenen van de kompaskoers naar de grondkoers. We kunnen nu al rekenen van kompaskoers naar ware koers, hierbij hebben we dus nog geen aandacht gegeven aan wind en stroming.

Drifthoek

Onder invloed van een dwarswind gaat de boot niet alleen recht vooruit door het water, maar wordt de boot ook zijdelings weggezet, dit noemen we verlijeren of driften. Er ontstaat een hoek tussen de kiellijn (dit is de ware koers) en de weg die de boot door het water aflegt (dit is de behouden ware koers ook wel bovenstroomse koers genoemd). De hoek tussen de kiellijn en de weg door het water heet de drifthoek. We kunnen deze hoek in de praktijk meten door een lange lijn uit te gooien en die te peilen met een kompas en die peiling te vergelijken met de kompaskoers. Aan de wind is de drifthoek maximaal en voor de wind is er geen drifthoek omdat de boot in dezelfde richting verlijert als de richting waar hij naar toe vaart. Hoge golfslag versterkt de drifthoek. Relatief hoog op het water liggende schepen (of ongeladen schepen) verlijeren veel.

Stroomhoek

Als er stroming staat betekent dat, dat het water met daarin ons jacht over de aarde schuift. Er ontstaat daardoor een hoek tussen de weg die een schip door het water vaart (de behouden ware koers = BWK = Bovenstroomse koers) en de weg die een schip over de grond aflegt, de grondkoers (= GRK). Deze hoek noemen we de stroomhoek. De stroomhoek is niet vanaf de boot waar te nemen door naar het water te kijken. Je kan hem berekenen door de BWK te vergelijken met de GRK. De grondkoers kun je aflezen op de GPS, daarop staat de COG (Course Over Ground). Je kunt hem ook berekenen d.m.v. een constructie in de kaart, daar komen we later op terug.

Een noordenwind KOMT uit het noorden en een noordenstroom GAAT naar het noorden (noem een noordenstroom een noordgaande stroom om verwarring te voorkomen).

drifthoek en stroomhoek

Koersverbeteren en koersverslechteren

De onderstaande formule kunnen we makkelijk onthouden d.m.v. het volgende ezelsbruggetje:

KOMT DIE MAN VAN WERKENDAM; DAN BAKBOORD, STUURBOORD GAAN!

KK (Kompaskoers)
DEV (Deviatie) +
MK (Magnetische Koers)
VAR (Variatie) +
WK (Ware koers)
Drift (Drifthoek)+
BWK (Behouden Ware koers / bovenstroomse koers)
STR (Stroomhoek)+
GRK (Grondkoers)

Voor de stroomhoek en drifthoek geldt, dat als we met de klok mee (dus over stuurboord) worden weggezet dan is de hoek positief (+) en worden we tegen de klok in weggezet (dus over bakboord) dan is de hoek negatief (-). Maak altijd een schetsje van de situatie om te bepalen of je te maken hebt met een positieve of negatieve stroomhoek.

Vragen en antwoorden

Vraag 1: De kompaskoers is 90° en de wind is Noord, de drifthoek is?
a: Over stuurboord dus positief
b: Over bakboord dus positief
c: Over stuurboord dus negatief

Vraag 2: De kompaskoers is noord, de stroom west, de stroomhoek is?
a: Nihil
b: Positief
c: Negatief

Vraag 3: Variatie is het verschil tussen?
a: de kompas- en magnetische koers
b: de kompas- en ware koers
c: de magnetische en ware koers

Vraag 4: Een noorden stroom gaat in de richting:
a: 0 graden
b: 180 graden
c: het Zuiden

Vraag 5: Koersverslechteren, doen we:
a: om een planning te maken
b: om onze positie te bepalen
c: om de grondkoers te bepalen

Vraag 6: Bij stroom tegen is de logsnelheid…
a: gelijk aan de grondsnelheid
b: hoger dan de grondsnelheid
c: lager dan de grondsnelheid

Vraag 7: Op stromend water wilt u een haven aanlopen. U dient daartoe een grondkoers te varen van 134°. Er staat een krachtige dwars-stroom in de richting van 12°, u wordt daardoor 20° weggezet. Door de zuidwesten wind ontstaat een drifthoek van 5°. De variatie is 4° west en de deviatie +1. Welke kompaskoers moet u sturen om de haven aan te lopen?
a: 156
b: 152
c: 162

Vraag 8: U verlaat de haven van Den Helder met bestemming Oudeschild op Texel. De voorliggende kompaskoers is 20°. Er staat een oostelijke stroom en geen wind. Ten gevolge van de vloedstroom wordt u 10° weggezet. De variatie is 2° west en deviatie -2. Welke koers moet u in de kaart zetten om uw gegist bestek bij te houden?
a: 16
b: 26
c: 20

Vraag 9: U wilt de Westerschelde opvaren. De grondkoers is 91°. U veronderstelt dat u door de zuidwestgaande stroom 6° wordt weggezet. Door een zuidenwind wordt u 10° weggezet. De variatie bedraagt 4° west en de deviatie -1. Wat is de kompaskoers?
a: 100
b: 99
c: 90

Vraag 10: U verlaat de haven van Zierikzee en varende op de Oosterschelde stuurt u een kompaskoers van 156°. Er staat een westenwind, u schat de drift op 6°. Voorts wordt u door de vloedstroom 8° weggezet. De variatie is 3° west en de deviatie +1. Welke koers zet u in de kaart om uw gegist bestek bij te houden?
a: 130
b: 140
c: 145

Antwoorden

1a, 2c, 3c, 4a, 5a, 6b, 7c, 8b, 9a, 10b