Veiligheid aan boord

Als we het water opgaan en er gaat iets mis dan is hulp niet altijd snel ter plekke. Zeker als we ruim water of de zee opgaan duurt het vaak uren voordat hulp aanwezig kan zijn. We zijn vaak helemaal op onszelf aangewezen. Daarom moeten we extra veiligheidsmaatregelen treffen om ongelukken te voorkomen en op te lossen. Safety first! Op de meeste schepen is daarom ook een ruim arsenaal aan veiligheidsmiddelen aanwezig. Bovendien is alles erop gebouwd en ingericht rekening houdend met veiligheid. Alle veiligheidsmiddelen dienen dus een vaste plek aan boord te krijgen. Op een tekening dient u aan te geven waar de verschillende veiligheidsmiddelen te vinden zijn, zodat ook de bemanning of opstappers alles makkelijk kunnen vinden in geval van nood. In deze les bespreken we per type gevaar de veiligheidsmiddelen die daarvoor aan boord aanwezig zijn. De belangrijkste gevaren zijn:

  • Overboord slaan
  • Zinken
  • Letsel
  • Brand

Overboord slaan en verdrinken

Het grote gevaar van overboord slaan is dat de drenkeling snel uit zicht verdwijnt in de golven en niet meer teruggevonden kan worden. In onze wateren bestaat bovendien grote kans op onderkoeling.

Ter voorkoming

Ten eerste is er de zeereling. Deze bestaat meestal uit 2 RVS draden die in positie worden gehouden door scepters. Bovendien ligt op het dek in beide gangboorden een looplijn. Dat is een lijn die voor en achter vastgemaakt zit, waaraan we onze lifeline kunnen vastklikken. De lifeline voorkomt dan we overboord slaan en in de golven zoekraken. Mocht iemand overboord slaan, zonder lifeline dan is het te hopen dat die drenkeling een reddingsvest draagt. Er zijn verschillende soorten reddingsvesten met drijfvermogen van 50, 100, 150 en 275 Newton. Op zee is 275 Newton nodig om een drenkeling met zeilpak en laarzen boven water te houden in de hoge golven. Waarschuw de bemanning op een zeiljacht dat zij laag moeten blijven, zodat zij niet geraakt kunnen worden door de giek. Indien bemanningsleden over de reling willen gaan hangen, omdat ze zeeziek zijn, geef ze dan onmiddellijk een puts en maak ze vast met een lifeline. Overboord plassen mag nooit in verband met de veiligheid. Het is een van de grootste oorzaken van overboord vallen. Schippers gaan liever niet zelf het voordek op, maar laten dat aan de bemanning over. Realiseer u dat de schipper nooit zelf overboord mag vallen.

Als oplossing

Indien er toch iemand overboord valt, moet direct de KNRM ingeschakeld worden als de schipper inschat dat hij de drenkeling niet heel snel weer binnenboord kan halen. Wacht daar niet mee tot het al te laat is. Gooi direct een reddingsboeien toe, bovenwinds van de drenkeling, zodat die naar de drenkeling toe waait. ’s Nachts gooit u ook een joon toe, dat is een grote “dobber” met lampje dat automatisch gaat branden, zodat u de drenkeling terug kunt vinden. Het grootste gevaar is namelijk dat u de drenkeling uit het oog verliest, iets wat snel gebeurt in golven of in de nacht. Als u het schip bovenwinds van de drenkeling stillegt kunt u met een werplijn contact maken met de drenkeling. Tegenwoordige hebben veel zeilers een PLB bij zich. Dat is een Personal Locator Beacon, een persoonsgebonden noodradiobaken die ervoor zorgt dat u teruggevonden kan worden mocht u over boord slaan.

Zinken door een lek, aanvaring met ander schip of drijvend object, vastlopen of kapseizen

Ter voorkoming

Een goede navigatie, uitkijk en zeilvoering dit soort ongelukken voorkomen. Bovendien dient u uw schip goed zichtbaar te maken voor andere schepen door middel van verlichting, radarreflector en AIS. De meeste schepen hebben een goede schijnwerper aan boord om bijvoorbeeld onverlichte tonnen te kunnen zien, of zelfs een nachtkijker.

Als oplossing

Ten eerste zal u met behulp van bijvoorbeeld de VHF of EPIRB de kustwacht moeten inschakelen. Veel jachten hebben een aanvaringsschot in de boeg. Mocht u tegen een object aanvaren waardoor er een gat in de boeg slaat, dan loopt de boot dus niet vol. Grotere schepen hebben meerdere waterdichte schotten, met waterdichte deuren, zodat niet alle compartimenten kunnen vollopen en het schip niet snel zal zinken. Loopt het schip vol dan kunt u met de lenspomp of bilgepomp het water eruit pompen. Vaak is er een elektrische en een handmatige pomp aan boord voor het geval er geen elektriciteit meer is. Ook een puts (dat is een emmer met een lijn) is erg effectief in geval van vollopen en daarom is het een must om er een aantal aan boord te hebben. In het geval het schip zink zal de bemanning in het reddingsvlot moeten. Zorg ervoor dat u altijd een zogenaamde “grabbag” klaar heeft liggen. Daarin zitten de eerste levensbehoeften voor in het vlot, zoals noodseinen, handmarifoon, GSM, water, voedsel, zeeziektepillen, e.d.

Letsel

Ter voorkoming

Blijf ten alle tijden uit de lijn van de giek. Maak een constructie van lijnen en katrollen die voorkomt dat de giek door een klapgijp als een honkbalknuppel over de kuip kan zwaaien (bulletalie). Lijnen op lieren of bolders staan vaak op enorme spanning. Als zo’n lijn losschiet dan kunnen daar vingers, handen, haren, e.d. tussenkomen of kunnen brandwonden ontstaan als u die lijn vasthoudt. Vluchtluiken nooit helemaal open klappen, maar zet ze op een kier, dan kan niemand erin stappen/vallen. Achteruit de trap af de kajuit in. Het schuifluik van de kajuitingang moet altijd dicht als er mensen op het dek werken. Voorkom olie, zonnebrandolie of WD40 in de kajuit of aan dek, het wordt daardoor spekglad. Open valstoppers pas als de lijn om een lier zit. Dus niet zomaar openklappen terwijl de lijn op enorme spanning staat. Handschoentjes zijn zeer sterk aanbevolen en essentieel als er met een spinaker gevaren wordt. Koken aan boord moet altijd met zeilbroek/zeilpak aan.

Als oplossing

Hierbij aantal tips om ongelukjes aan boord te voorkomen. Het gaat om ongelukjes die in de praktijk regelmatig (bijna) gebeuren en die niet in het de volgende boeken zijn beschreven:

  • Niet (zonder lifeline) tegen de zeereling leunen. De borgringetjes in de zeereling worden regelmatig eruitgetrokken door de schoten die aan de ringetjes blijven haken. Die zeereling kan dan elk moment losschieten.
  • Nooit overboord plassen, als u alleen aan denk bent.
  • Vluchtluiken (in de haven) nooit helemaal open klappen, maar zet ze op een kier. Dan kan niemand erin stappen/vallen.
  • Achteruit de trap af de kajuit in.
  • Het schuifluik van de kajuitingang moet altijd dicht zijn als er mensen op het dek werken.
  • Voorkom olie, zonnebrandolie of WD40 in de kajuit of aan dek, het wordt daardoor spek glad.
  • Laat valstoppers pas openen als de lijn om een lier zit.
  • Handschoentjes zijn zeer sterk aanbevolen en zelfs noodzakelijk als er met een spinaker gevaren wordt.
  • Koken aan boord altijd met zeilbroek/zeilpak aan om brandwonden te voorkomen/verminderen.
  • Blijf ten alle tijden uit de lijn van de giek.
  • Een goede EHBO doos aan boord en een volwaardige EHBO cursus voor de bemanning is essentieel als u langere tochten gaat varen.

Brand aan boord

Ter voorkoming

Brand kan ontstaan doordat alle 3 de factoren van de brandtechnische driehoek aanwezig zijn:

  • Zuurstof
  • Brandstof
  • Ontbrandingstemperatuur of energie
    Overige factoren zijn de volgende: 
  • Katalysator (versnelt of vertraagt chemische reactie)
  • Mengverhouding

Brand kan in verschillende soorten ingedeeld worden, afhankelijk van de brandstof:

  • A-branden: vaste stoffen 
  • B-branden: vloeistoffen
  • C-branden: gassen
  • D-branden: metalen (zoals magnesium)

Ter voorkoming van brand installeren we een gasdetector om benzinedamp en gasophoping in bilge te voorkomen.

Gas en benzinedamp is namelijk zwaarder dan lucht en dit zakt in het laagste gedeelte van het schip.

Bij een enkele vonk ontploft dan het schip. Daarom bevinden gasflessen zich ook altijd in een gasbun in de kuip en nooit in de kajuit. De gasbun heeft een afvoer voor gas en damp naar buiten. Accu’s dienen geventileerd opgesteld te worden om het explosieve knalgas, dat kan ontstaan bij het laden, af te voeren. Hete onderdelen zoals lampen, uitlaten, kooktoestellen, kacheltjes e.d. zijn een veel voorkomende oorzaak van brand op schepen. Het boordnet is meestal 12V of 24V. Een laag voltage betekent een hoge stroom en dat kan ervoor zorgen dat te dunne bedrading kan smelten en brand kan veroorzaken. Zorgt u er dus voor dat draden voldoende dik zijn. De motorruimte van een benzinemotor dient voor het starten geventileerd te worden om benzinedampen af te voeren.

Als oplossing

Er zijn vele blusmiddelen, elk met een andere functie:

  • Puts / Water (koelt en de waterdamp verdringt de zuurstof waardoor het vuur verstikt)
  • Poederblussers (Negatieve Kathalyse en afdekking
  • Schuimblusser of lightwater AFFF-Blusser (Afdekking en koeling)
  • Kooldioxideblussers / CO2-blussers (Verstikking. Deze bevinden zich vaak in de motorruimte omdat het geen “blusschade” veroorzaakt.) 
  • Branddeken (afdekken) – FM-200 (Negatieve Kathalyse)

Blusmiddelen en blusstoffen dienen juist gebruikt te worden. Dus bijvoorbeeld:

  • Geen water op B-branden (dan verspreidt de brand)
  • Geen water of sommige schuimblussers op elektriciteit
  • Geen CO2 in kleine ruimtes waar mensen zijn (onttrekking zuurstof en verstikt)

The Ship Captain’s Medical Guide

Als we op open zee varen, is hulp niet snel ter plaatsen en zijn we dus meer op onszelf aangewezen bij ongelukken. Het is voor zeezeilers dus erg belangrijk om goede EHBO vaardigheden te beheersen. Dit e-book EHBO voor op zee van de Engelse Kustwacht is bedoeld voor zeezeilers die varen zonder dokter aan boord. U leert letsel te behandelen en diagnoses te stellen. Er staan allerlei essentiële tips in van geboorte tot dood, van eerste hulp tot verzorging en hygiëne en het voorkomen en behandelen van ziektes. Download The Ship Captain’s Medical Guide

Zeeziekte

Het is vaak al snel te zien en te merken aan opvarenden dat zij “katterig” worden. Door ze op tijd achter het roer te zetten kan worden voorkomen dat zij nog erger zeeziek worden. Het is vaak moeilijk om de zeezieken zover te krijgen, omdat zij meestal nergens meer zin in hebben. Probeer ze toch over te halen om te doen wat het beste voor ze is. Geef de zeezieke droge kaakjes en water. Zeezieke opvarenden zijn gevaarlijk, omdat ze verslapt en onverschillig zijn. Daarom krijgen zij altijd een life-line en verdienen extra aandacht. Het is moeilijk om de moraal hoog te houden met een of meerdere zeezieken aan boord. Alcoholgebruik en ook sterke koffie of een zwaar ontbijt versterkt zeeziekte. Laat mensen voor vertrek medicijnen nemen als zij gevoelig zijn voor zeeziekte. Als mensen zich gaan focussen op een vast punt aan boord versterkt dat de zeeziekte (dus niet op de zeekaart of in een boek staren). Mensen die zeeziek zijn moet je aanlijnen met een lifeline en geef hen een puts. Praat nooit meer dan nodig over zeeziekte, zeker niet aan boord, want door erover te praten en eraan te denken kunt u juist zeeziekte oproepen. Opstappers de kajuit insturen om iets te pakken of te navigeren kan tot gevolg hebben dat ze direct zeeziek worden.

Indien mensen al langdurig zeeziek zijn en de haven is nog een lange weg te gaan dan kunnen de zeezieken aan de lage kant in de kajuit gelegd worden (zodat ze niet vallen). Laat ze z.s.m. horizontaal gaan liggen, want zitten in de kajuit betekent nog veel zieker worden. Geef een puts mee voor het geval dat de zeezieke moet overgeven. Laat iemand anders de zeezieke zeer regelmatig in de gaten houden. Zorg ervoor dat de zieke het warm krijgt. Dus snel natte zeilpakken en kleding uittrekken.

ISAF Offshore Special Regulations

Er is goede documentatie beschikbaar om de veiligheid aan boord te verhogen. De ISAF Offshore Special Regulations (OSR) is bedoeld voor zeegaande jachten. Het geeft richtlijnen voor constructie van schepen, uitrusting van schepen, persoonlijke uitrusting en training voor sea survival. De richtlijnen zijn voor deelnemers aan sommige regatta’s verplicht, maar dus ook voor toerzeilers aan te bevelen. Bestudeert u de ISAF Offshore Special Regulations dus in elk geval goed.

isaf offshore regulations

Offshore Personal Survival training

Wij raden iedere zeezeiler aan om een Offshore Personal Survival training te volgen. Daar leert u bijvoorbeeld in de praktijk hoe u noodvuurwerk moet afsteken, hoe u een vlot moet keren, hoe het is om met zeilpak aan in zee te zwemmen, e.d. Als u ooit wil deelnemen aan een regatta dan is het aan te bevelen een training te volgen die erkend is door de ISAF.

Vragen en antwoorden

Vraag 1: Wat is een joon?

a: een reddingsboei
b: grote “dobber” met lampje
c: een flexibele zwemtrap

Vraag 2: Hoeveel reddingvesten moeten er aan boord zijn van een speedboot?

a: voor elke opvarende 1
b: alleen voor de schipper
c: alleen voor mensen in de kuip

Vraag 3: Wat mag men niet vergeten voordat een binnenboord benzine motor wordt gestart?

a: het koelwater controleren
b: de uitlaatgassen controleren
c: de motorkamer ventileren

Vraag 4: Wat is een puts?

a: een grote boei
b: een lijn aan het anker
c: een emmer aan een lijn

Vraag 5: Waaruit bestaat de brandtechnische driehoek?

a: zuurstof, brandstof, ontbrandingstemperatuur
b: zuurstof, brandstof, katalysator
c: zuurstof, brandstof, mengverhouding

Vraag 6: Wat is een C-brand?

a: gasbrand
b: brand in vaste stof
c: vloeistofbrand

Vraag 7: Hoe blust men een B-brand, zoals vlam in de pan?

a: met schuimblussers
b: door afdekking
c: met water

Vraag 8: Waarom smelten te dunne draden aan boord snel?

a: omdat de stroom hoger is.
b: omdat het voltage hoger is.
c: omdat de spanning hoger is.

Vraag 9: Wat doe je als je ziet dat iemand zeeziek wordt?

a: laat diegene navigeren
b: geef diegene een scheutje jenever
c: laat diegene aan het roer staan

Vraag 10: Waar gooien we een reddingsboei in het water?

a: bovenwinds van de drenkeling
b: benedenwinds van de drenkeling
c: op de drenkeling

De volgende vragen zijn geen examenstof in het vaarbewijs examen maar zijn voor elke zeezeiler van belang.

Vraag 11: Hoe moet een drenkeling aan boord gebracht worden?

a: rechtop
b: horizontaal
c: benen eerst

Vraag 12: Mag je een onderkoelde drenkeling alcohol geven om warm te worden?

a: tot maximaal 30% alcohol
b: ja
c: nee

Vraag 13: Mag je de armen en benen van een onderkoeld persoon warmwrijven?

a: nee
b: ja

Vraag 14: Kun je ruiken of iemand vergiftigd is door koolstofmonoxide en daardoor ademhalingsproblemen heeft?

a: nee
b: ja

Vraag 15: Is het een goed idee om iemand die vergiftigd is door bleekmiddel of andere schoonmaakmiddel te laten braken?

a: ja
b: nee
c: alleen bij bleekmiddel

Vraag 16: Wat doe je als je ziet dat iemand zeeziek wordt?

a: het voordek opsturen
b: een scheutje rum geven
c: aan het roer zetten

Vraag 17: Als iemand bewusteloos is moet je dan een kussentje onder zijn hoofd leggen?

a: ja een hoog kussen
b: ja een zacht kussen
c: nee

Vraag 18: Hoe kan worden voorkomen dat de tong de lucht blokkeert?

a: door deze omlaag te duwen
b: hoofd achterover draaien

Vraag 19: Is het altijd nodig om radio medische hulp in te roepen nadat iemand buiten bewustzijn is geweest en weer is bijgekomen?

a: ja
b: nee
c: alleen bij langer dan 10 minuten bewusteloos

Vraag 20: Wat is een betere plek voor hartmassage?

a: zacht matras
b: houten vloer

Vraag 21: Hoe richt men een omgeslagen reddingsvlot?

a: Laat de wind het werk doen
b:Tegen de wind
c: Door erin te klimmen

Vraag 22: Waartoe dient het spiegeltje in de grabbag?

a: Om om het hoekje te kijken
b: Om je te scheren
c: Om te seinen

Vraag 23: Wat doe je als je met meerdere mensen in het water afwacht op hulp van buitenaf?

a: Op elkaars schouders klimmen
b: Hard schreeuwen
c: In een cirkel hard watertrapppelen

Vraag 24: Hoe steek je een handstakellicht af bij harde wind om de aandacht te trekken?

a: Met de wind mee
b: Tegen de wind in

Vraag 25: Wat doe je als je overboord bent gevallen en als enige drenkeling in het water ligt?

a: Zo hard mogelijk zwemmen
b: Zo klein mogelijk te maken

Vraag 26: Waarom mag de lifesling van een helicoper nooit zonder rubber handschoenen aangepakt worden?

a: Omdat de lijn in de handen snijdt
b: Omdat de lijn statisch geladen is
c: Omdat de haak scherp is

Vraag 27: Wat is de beste koers om iemand van in het midden van het schip van boord te laten hijsen door een helicopter ?

a: De wind in laten komen 30 graden over bakboord
b: De wind in laten komen 30 graden over stuurboord
c: Recht tegen de wind in

Vraag 28: Waarvoor moet men zorgen in afwachting van de helicopter?

a: Windindicator
b: Een flesje wijn voor de redders
c: Dat het grootzeil goed strak staat

Vraag 29: Welke seinvlag geeft aan dat medische hulp nodig is?

a: H
b: T
c: W

Vraag 30: Hoe lang kan iemand overleven in water van 4 tot 10 graden?

a: b. Minder dan 10 uur
b: b. Minder dan 3 uur
c: b. Minder dan 1 uur

Antwoorden

1b, 2a, 3c, 4c, 5a, 6a, 7b, 8a, 9c, 10a, 11b, 12c, 13a, 14a, 15a, 16c, 17c, 18b, 19a, 20b, 21a, 22c, 23c, 24a, 25b, 26b, 27a, 28a, 29c, 30b